Stichting adoptievoorzieningen
Voorbereiding en nazorg op een lijn
Inloggen in FMS
Contact Sitemap Disclaimer English
Handen op globe

Procedure stap voor stap

Hieronder worden de negen stappen in de adoptieprocedure beschreven.

Van het aanvragen tot het verkrijgen van de beginseltoestemming
1. Indienen van de aanvraag
2. Toelating tot de procedure
3. Voorlichtingsbijeenkomsten
4. Gezinsonderzoek
5. Verlenging beginseltoestemming

Bemiddelingsfase
6. Kiezen voor volledige of deelbemiddeling
7. Voorstel van een adoptiekind
8. Aankomst van het kind in het gezin

Formaliteiten als het kind in Nederland is
9. Aanmelden van het kind bij officiële instanties

 

Van het aanvragen tot het verkrijgen van de beginseltoestemming

1. Indienen van de aanvraag
De adoptieprocedure begint met het indienen van een aanvraag voor een beginsteltoestemming voor het opnemen van een buitenlands kind ter adoptie. 
Het aanvraagformulier moet ondertekend worden door beide aanvragers als het om een gezamenlijke aanvraag gaat, maar ook als één partner binnen een relatie de aanvraag indient. Alleen volledig ingevulde formulieren worden in behandeling genomen. Bij aanmelding wordt een BKA-nummer verstrekt. BKA staat voor Buitenlands Kind ter Adoptie. Dit BKA-nummer bepaalt de volgorde van behandeling van de aanvragen.

terug

2. Toelating tot de procedure
Na ontvangst van het aanvraagformulier toetst de Stichting Adoptievoorzieningen of voldaan wordt aan de voorwaarden om toegelaten te worden tot de adoptieprocedure. Deze voorwaarden zijn opgenomen in de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka).
Iedere volwassene mag een adoptieprocedure starten. Het samen adopteren van een kind is alleen mogelijk voor gehuwden. In alle andere gevallen is sprake van een éénouder-adoptie (alleenaanvraag). De partner kan in een later stadium partneradoptie aanvragen.
Verder mag (mogen) de aanvrager(s) op het moment van aanmelding niet ouder zijn dan 45 jaar. Onder bepaalde omstandigheden kan een uitzonderling verleend worden aan aanvragers van 46 jaar of ouder. Een aanvrager van 42 jaar en ouder komt alleen in aanmerking voor adoptie van kinderen die op het moment van voorstel twee jaar of ouder zijn.

terug

3. Voorbereidingsbijeenkomsten
Aspirant-adoptieouders volgen bij de Stichting Adoptievoorzieningen zes verplichte voorbereidingsbijeenkomsten. In deze bijeenkomsten wordt aandacht besteed aan thema's die in adoptiegezinnen speciale aandacht verdienen. Het doel van de bijeenkomsten is aspirant-adoptieouders in staat te stellen een weloverwogen keuze te maken over het adopteren. De bijeenkomsten duren elk drie uur en vinden overdag plaats.

terug

4. Gezinsonderzoek
De Raad voor de Kinderbescherming adviseert de minister van Justitie over het geven van de beginseltoestemming. Tijdens het gezinsonderzoek kijkt de Raad voor de Kinderbescherming naar de gezins- of leefsituatie en de wensen en beweegredenen om te adopteren. Doel van het onderzoek is zicht te krijgen op de geschiktheid van de aanvragers om een adoptiekind op te voeden. Het onderzoek bestaat standaard uit vier gesprekken. Het rapport en het advies wordt met de aspirant-adoptieouders besproken.
In de landen van herkomst wordt het gezinsrapport onder andere gebruikt om te bepalen welk gezin het meest geschikt is om een adoptiekind te plaatsen.

terug

5. Verlening beginseltoestemming
Het ministerie van Justitie besluit op basis van het gezinsrapport en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming tot het wel of niet verlenen van een beginseltoestemming. Daarmee krijgen aspirant-adoptieouders al dan niet toestemming om een kind uit het buitenland te adopteren. De beginseltoestemming is vier jaar geldig en kan op verzoek, na een aanvullend gezinsonderzoek, voor vier jaar verlengd worden. Beginseltoestemmingen die vóór 1 januari 2009 zijn verleend, zijn drie jaar geldig.
In beide gevallen kan bij verlenging van de geldigheidsduur de toestemming vier jaren geldig worden.
Een verzoek tot verlenging dient ten minste 12 weken voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de bestaande beginseltoestemming te zijn ingediend. Het krijgen van een beginseltoestemming betekent niet dat aspirant-adoptieouders daarmee het recht op bemiddeling en adoptie krijgen.

terug

Bemiddelingsfase

Nadat de beginseltoestemming is verkregen, begint de bemiddelingsfase. In deze fase komt het contact tot stand met de bevoegde instanties in het buitenland. Zij zoeken de meest geschikte ouders voor een kind dat voor adoptie in aanmerking komt.  In Nederland hebben vijf vergunninghouders van het ministerie van Justitie toestemming gekregen om te bemiddelen. Een aantal van hen speelt ook een rol bij deelbemiddeling.

6. Kiezen voor volledige of deelbemiddeling
In deze fase wordt gezocht naar de meest geschikte ouders voor een kind dat voor adoptie in aanmerking komt. De bemiddeling kan volledig gebeuren door een vergunninghouder. Vergunninghouders hanteren eigen richtlijnen en criteria voor bemiddeling en kunnen besluiten af te zien van bemiddeling. Redenen daarvoor zijn onder andere: het niet voldoen aan specifieke eisen van een land of het overschrijden van de leeftijdsgrenzen. Tijdens een intakegesprek worden mogelijkheden en wensen besproken.

(Aspirant-)adoptieouders hebben ook de mogelijkheid om via een eigen contact in het buitenland de basis voor een adoptie te leggen. In dat geval is sprake van deelbemiddeling. Bij deelbemiddeling is de taak van de vergunninghouders beperkt tot het onderzoeken van de zuiverheid en zorgvuldigheid van organisaties en personen die bij de adoptieprocedure betrokken zijn. De vergunninghouder brengt hierover advies uit aan het ministerie van Justitie. In de praktijk is deelbemiddeling op dit moment alleen mogelijk in landen die niet zijn aangesloten bij het Haags Adoptieverdrag.

terug

7. Voorstel van een adoptiekind
Als de vergunninghouder en de instanties in het land van herkomst van het kind tot de conclusie komen dat sprake is van een goede match, krijgen de aspirant-adoptieouders officieel een kind voorgesteld. Zij krijgen informatie over de leeftijd, het geslacht en eventuele bijzonderheden wat betreft de medische achtergrond van het kind. Als het voorstel wordt geaccepteerd, wordt er meer informatie vrijgegeven.
Aspirant-adoptieouders krijgen enige bedenktijd om over het voorstel te beslissen.
terug

8. Aankomst van het kind in het gezin
Als de aspirant-adoptieouders het voorstel accepteren, moet er veel geregeld worden voordat zij kunnen afreizen om hun kind op te halen. Voordat een kind definitief tot Nederland wordt toegelaten, wordt nogmaals gecontroleerd of aan alle voorwaarden is voldaan en of alle papieren in orde zijn. Slechts vanuit enkele landen komen kinderen onder begeleiding naar Nederland.
Bij kinderen die geadopteerd zijn uit landen die zijn aangesloten bij het Haags Adoptieverdrag wordt de buitenlandse adoptie-uitspraak automatisch erkend. Dat betekent dat het kind ook direct Nederlander is. Bij adopties uit niet-verdragslanden moet een machtiging tot voorlopig verblijf worden afgegeven.
terug

Formaliteiten als het kind in Nederland is


9. Aanmelden van het kind bij officiële instanties
Op het moment dat een adoptiekind in Nederland aankomt, moeten de nodige formaliteiten geregeld worden. Welke precies is afhankelijk van het land waaruit geadopteerd is en de rechtsgeldigheid van de uitgesproken adoptie.

Aanmelden bij de gemeente
Wanneer sprake is van een adoptie uit een verdragsstaat, moet het kind binnen vijf dagen na aankomst worden aangemeld bij de afdeling Bevolking van de gemeente waar de adoptieouders wonen.
Wanneer sprake is van een zwakke adoptie of een adoptie uit een land dat geen partij is bij het Haags Adoptieverdrag, komt het kind Nederland als vreemdeling binnen. Het kind moet dan binnen drie dagen aangemeld worden bij de korpschef. Bij de burgemeester van de gemeente waar de adoptieouders wonen (doorgaans de afdeling Bevolking) moet tegelijkertijd een aanvraag worden ingediend voor een vergunning tot verblijf.

Indien van toepassing: aanvragen van gezag
Als in het land van herkomst geen adoptieuitspraak heeft plaatsgevonden, moet na aankomst in Nederland bij het kantongerecht het gezag over het kind worden aangevraagd. U dient hiervoor een advocaat in te schakelen.

Erkennen van de buitenlandse adoptie
Het door Nederlandse autoriteiten erkennen van de buitenlandse adoptie is alleen aan de orde als het om adoptie gaat uit een niet-verdragsland. Adopties uitgesproken in een land dat aangesloten is bij het Haags Adoptieverdrag worden in Nederland automatisch erkend.
Wanneer de adoptie in het land van herkomst wel is uitgesproken, maar het land geen verdragsstaat is,
moet een Nederlandse rechter de buitenlandse adoptie erkennen. Hiervoor is een advocaat nodig.
Als de adoptie correct is verlopen, is erkenning van de in het buitenland uitgesproken adoptie over het algemeen slechts een formaliteit. In de Wet Conflictenrecht Adoptie is vastgelegd aan welke voorwaarden voldaan moet worden om tot erkenning over te kunnen gaan.

Indien van toepassing: adoptie naar Nederlands recht
In de meeste gevallen zal in het land van herkomst een adoptieuitspraak gedaan zijn die in Nederland via een juridische procedure erkend kan worden. In een beperkt aantal gevallen moet echter een andere actie ondernomen worden: adoptie naar Nederlands recht.
Dit is nodig als het kind geadopteerd is uit een land waarvan het rechtssysteem niet eist dat de adoptie ter plekke wordt uitgesproken en in alle andere gevallen waarin de Wet Conflictenrecht Adoptie niet voorziet.
Het gaat hierbij altijd om adopties uit landen die niet zijn aangesloten bij het Haags Adoptieverdrag.

Adoptie naar Nederlands recht kan aangevraagd worden:

  • door gehuwden en samenwonenden na een verzorgingstermijn van één jaar en een samenlevingsverband van drie jaar; 
  • bij adoptie door één persoon na een verzorgingstermijn van drie jaar.

Indien van toepassing: aanvragen van partneradoptie
Wanneer het gaat om een individuele adoptie, maar wel sprake is van een partner die het kind ook opvoedt, dan kan de partner het kind mede-adopteren. Dit kan als deze het kind ten minste één jaar aaneengesloten heeft verzorgd en opgevoed. Als de partner het kind adopteert, is sprake van stiefouderadoptie.

terug



Postbus 290, 3500 AG Utrecht / tel. 030 233 03 40 (maandag t/m vrijdag 9.00 - 14.00 uur)