Stichting adoptievoorzieningen
Voorbereiding en nazorg op een lijn
Veelgestelde vragen
Contact English
Handen op globe

Veelgestelde vragen over deelbemiddeling

Wat is deelbemiddeling?
Bij deelbemiddeling leggen aspirant-adoptieouders die over een geldige beginseltoestemming beschikken, zelf via een eigen contact in het buitenland de basis voor een adoptie. De vergunninghouders zijn in dat geval niet bij alle stappen van de bemiddelingsprocedure betrokken. Daarom heet deze vorm van adopteren, naast  'zelfdoenprocedure', ook wel deelbemiddeling. De vergunninghouder heeft de taak om de zuiverheid en zorgvuldigheid van alle organisaties en personen die bij de adoptieprocedure betrokken zijn te onderzoeken.

Wat zijn de voor- en nadelen van deelbemiddeling?
Aspirant-adoptieouders kunnen verschillende redenen hebben om te kiezen voor deelbemiddeling. Bijvoorbeeld omdat zij graag een kind willen adopteren uit een land waar geen vergunninghouder actief is. Het kan ook zijn dat ze de behoefte voelen om een actieve rol te spelen in de procedure. Ook de lange wachttijden kunnen aanleiding zijn voor de keuze voor deelbemiddeling. 
Wie aan deelbemiddeling begint in de veronderstelling dat het een snellere en goedkopere manier is om te adopteren, komt vaak bedrogen uit. Deelbemiddeling vraagt een lange adem, tact en zorgvuldig handelen. Net als andere aspirant-adoptieouders moeten 'zelfdoeners' voldoen aan alle wetten en regels. Die wetten en regels zijn per land en soms per rechtbank verschillend. Het is dan ook een arbeidsintensief karwei om in kaart te brengen onder welke voorwaarden en via welke wegen en contacten geadopteerd kan worden. 
In de praktijk blijkt dat zelfdoeners met name de vele juridische procedures die in gang gezet en bewaakt moeten worden, als belastend ervaren. Ook de onzekerheid of alle formaliteiten correct afgehandeld zullen worden en een adoptie daadwerkelijk doorgang zal vinden, kan stress opleveren. 
Bij de vergunninghouders is bekend uit welke landen inmiddels via een zelfdoenprocedure geadopteerd is.  

Voor wie is deelbemiddeling mogelijk en welke voorwaarden gelden hiervoor?
Volgens de adoptiewet moet men voldoen aan twee voorwaarden: men moet in het bezit zijn van een geldige beginseltoestemming en men moet het contact in het buitenland laten controleren/beoordelen door een vergunninghouder.
In de praktijk blijkt dat deelbemiddeling mogelijk is voor mensen die niet opzien tegen alle juridische procedures. De wachttijd kan aanmerkelijk korter zijn dan bij een vergunninghouder het geval is, maar als het zelfdoen mislukt, zal de aspirant-adoptieouder zich alsnog moeten aanmelden bij een vergunninghouder. Het grootste deel van de wachttijd zal dan opnieuw ingaan.

In welke landen is deelbemiddeling mogelijk of juist niet mogelijk?
Bij deelbemiddeling moet onderscheid gemaakt worden tussen landen die wel en landen die niet aangesloten zijn bij het Haags Adoptieverdrag.
Deelbemiddeling uit landen die niet aangesloten zijn bij het Haags Adoptieverdrag is mogelijk als het contact dat door de aspirant-adoptieouders is aangedragen, is goedgekeurd door een vergunninghouder.
Als een land het Haags Adoptieverdrag heeft geratificeerd wil dat niet per definitie zeggen dat adoptie via een ander contact dan een vergunninghouder is uitgesloten. Voor aspirant-adoptieouders die in Nederland wonen zijn de mogelijkheden voor deze vorm van adoptie echter beperkt omdat Nederland terughoudend is als het gaat om deelbemiddeling uit verdragslanden.

Wat is de rol van de vergunninghouders bij deelbemiddeling?
De vergunninghouder controleert het contact in het buitenland en geeft op basis daarvan een advies aan de minister van Veiligheid & Justitie over de betrouwbaarheid van dat contact.
Aspirant-adoptieouders die over een contact in het buitenland beschikken, moeten zelf een vergunninghouder benaderen met het verzoek dit contact te controleren. Voor dit onderzoek moeten gegevens over het contact overlegd worden aan de vergunninghouder. Ook het gezinsrapport wordt op verzoek van de aanvrager door het ministerie van Veiligheid & Justitie naar de vergunninghouder gestuurd. 
Of vergunninghouder in staat is om het buitenlandse contact te controleren, hangt onder andere af van het netwerk dat een vergunninghouder heeft in het betreffende land en kennis die een contactpersoon heeft van adoptie.
Zodra de vergunninghouder over alle relevante informatie over het contact beschikt, dient deze in principe binnen acht weken aan het ministerie van Veiligheid & Justitie advies uit te brengen over het contact in het buitenland. De aspirant-adoptieouders krijgen een kopie van dit advies.

Zijn de vergunninghouders verplicht een verzoek tot controle te accepteren?
De vergunninghouder moet bereid en in staat zijn uw contact te controleren. Vergunninghouders zijn dit niet verplicht. Een belangrijke reden voor een vergunninghouder om niet tegemoet te komen aan een verzoek, is dat de vergunninghouder onvoldoende mogelijkheden heeft om daadwerkelijk inzicht te krijgen in de gang van zaken in een land van herkomst. 
Als er geen vergunninghouder bereid gevonden wordt om een contact in het buitenland te controleren, berust deze taak bij de Centrale Autoriteit van het ministerie van Veiligheid & Justitie.  

Zijn er kosten verbonden aan deelbemiddeling?
Vergunninghouders mogen van het ministerie van Veiligheid & Justitie voor het controleren van een contact standaard € 1.000,- in rekening brengen. Dit bedrag omvat de kosten die gemaakt worden om het buitenlandse contact te beoordelen, de dossiervorming, het bewaren van het dossier gedurende dertig jaar en het doorzenden van het gezinsrapport. Als er nog meer nodig blijkt te zijn, kunnen extra kosten in rekening worden gebracht. In de praktijk is dat meestal het geval. De vergunninghouder maakt een dossier van de bemiddeling, zoals bij iedere bemiddeling wordt gedaan.

Is zelfdoen mogelijk in landen waar vergunninghouders werken?
Ja, tenzij het betreffende land van herkomst heeft bepaald dat dat niet mag (o.a. China) en dat adoptie uitsluitend via erkende instellingen (zoals een vergunninghouder) mag geschieden. Als het land van herkomst daarover niets gezegd heeft, dan is adoptie via deelbemiddeling mogelijk. Natuurlijk moet de vergunninghouder een advies aan het ministerie van Veiligheid & Justitie geven over het contact in het betreffende land. Op basis van dat advies keurt het ministerie het betreffende contact wel of niet goed. Pas na goedkeuring mag het betreffende contact een matchingsvoorstel doen.

Wat is de rol van het ministerie van Veiligheid & Justitie bij deelbemiddeling?
Het ministerie van Veiligheid & Justitie bekijkt of op grond van de beschikbare gegevens een beslissing genomen kan worden over de betrouwbaarheid van het buitenlands contact. Als het ministerie van mening is dat nader onderzoek nodig is, zal de vergunninghouder een aanvullende opdracht krijgen. Soms wordt aan aspirant-adoptieouders gevraagd meer informatie te verstrekken. Ook kan ondersteuning van het ministerie van Buitenlandse Zaken gevraagd worden om nader onderzoek te doen.
Pas als alles in orde is bevonden, kan de procedure worden voortgezet en wordt het gezinsrapport opgestuurd naar het contact in het buitenland. De minister zal negatief oordelen over een buitenlands contact als niet wordt voldaan aan de in de wet gestelde eisen voor adoptie van een buitenlands kind of als er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan de integriteit en de zorgvuldigheid van handelen van het buitenlandse contact. Ook mogen bestaande relaties van vergunninghouders met instellingen, personen of autoriteiten in het buitenland geen nadeel ondervinden van het handelen van de zelfdoener.



Vragen? Bel (030) 233 03 40 (maandag t/m vrijdag 9.00 - 14.00 uur)