Stichting adoptievoorzieningen
Voorbereiding en nazorg op een lijn
Veelgestelde vragen
Contact English
Handen op globe

Bouwstenen hechting

Onderstaand schema biedt een handvat om te beoordelen hoe diep het probleem zit en in hoeverre hechting een rol speelt. Links in het schema vindt u in blauw de normale persoonlijkheidsontwikkeling van een kind dat vanaf het begin veilig gehecht is. In zwart staat de ontwikkeling van een kind dat vanaf de start in zijn leven onveilig gehecht is. Rechts staat in blauw het gedrag, de gevoelens en houding van ouders die bijdragen aan de groei van hun kind tot een zelfstandig, verantwoordelijk en creatief individu. In zwart staan die ouderfactoren die daarop remmend werken. Klik op de bouwsteen voor een toelichting.

Normaliter doorloopt een kind deze fasen in de eerste vijf levensjaren. Adoptiekinderen moeten bij aankomst in een adoptiegezin bij de onderste bouwsteen beginnen. Dit komt omdat de adoptieouders nog geen veilige personen kunnen zijn. Afhankelijk van zijn voorgeschiedenis, temperament en veerkracht doorloopt het ene adoptiekind de verschillende fasen sneller dan het andere. Ook de persoonlijkheid van de adoptieouders en hun mogelijkheden spelen een essentiële rol. 

CREATIEF
Zelf problemen oplossen ook met anderen, empathie, rollenspel.

Machteloos
Grenzeloos. Onvoldoende eigenheid. Neemt geen verantwoordelijkheid.
VERTROUWEN
vertrouwen hebben in het kind, in vertrouwen laten gaan.

Angstig
Loslaten is moeilijk.
ZELFSTANDIG
Beseft dat het zelf iets kan. Ik-besef. Innerlijk beeld van ander. Concentratie groeit. Kan geven en nemen. Gewetensontwikkeling voldoende ontwikkeld. Ontwikkelt eigen netwerk.

Eenzaam
Gevoelens van incompetent zijn. Angst niet overwonnen. Gewetensontwikkeling niet goed op gang. Verminderde concentratie. Leerachterstand. Leegte en gemis.
STEVIG EN DUIDELIJK ZIJN
Ouder meer ruimte voor zichzelf, duidelijke ik-boodschappen, stelt grenzen zonder af te wijzen. Inspireert.

Vaag
Onvoldoende sturing.
Onlustgevoel rond eigenheid en ontwikkeling van het kind. Onlustgevoel over het eigen ouderschap.
ZELFVERTROUWEN
Verkent en verbreedt de wereld vanuit vertrouwen. Overwint scheidingsangst. Gaat frustraties hanteren. Kan gevoelens delen. Geniet van eigen kracht.

Onzekerheid
Geen vanzelfsprekende uitwisseling van gevoelens; innerlijke spanning loopt op. Kind leert zijn energie niet richten.
STEUNEN EN MEELEVEN
Biedt aandacht, steun, stimuleert, leeft mee, toont begrip, laat kind zelf ontdekken, helpt via benoemen.

Geen interesse of dwingend
Onvoldoende sturing.
Geen inlevingsvermogen. Opvoeden belangrijker dan wederkerigheid. Accent op normering.
TOEVERTROUWEN
Overgave. Zoekt actief contact met hechtingspersoon, stelt zich voor deze open. Kan behoeftebevrediging uitstellen.

Wantrouwen
Ondermijnt verbondenheid. Hechtingssignalen verdwijnen of worden onduidelijk. Geslotenheid, afwijzing of klampgedrag.
GEVEN
Verzorgt, kijkt goed en volgt, kan afstemmen op de eigen aard en signalen van het kind. Biedt op prettige wijze troost en zorg. Inzet, aandacht en spiegeling, betrouwbaarheid en voorspelbaarheid.

Nemen
Ouder kan het kind niet centraal plaatsen.
Moeite met beschikbaar en gevend zijn. Zoekt weinig aansluiting
BASISVEILIGHEID
Gevoel van er mogen zijn, een plek hebben, thuisgevoel. Zich gezien en gehoord voelen. Merkt dat ouders onlustgevoelens signaleren en hun best doen die te laten verdwijnen. Ervaart aanraking als prettig.

Angst
Stress. Overmatig gehoorzaam/aanpassend, klampend of afwerend/afwijzend. Angst onderdrukt andere emoties. Driftbuien. Eet- en/of slaapproblemen.
VERANTWOORDELIJK,
ZORGEN VOOR

Schept goede levensvoorwaarden, geeft leiding, reageert adequaat op behoeftes/signalen kind. Is zorgvuldig in aanraking. Kan stress reguleren, biedt continuïteit in empathie. Is creatief in contact maken en houden. Positieve impressies en emoties bij eerste ontmoeting. Ouder durven zijn.

Verwaarlozend
Als ouder/verzorger bovenstaande onvoldoende of niet kan of wil bieden. Ouder met weinig zelfvertrouwen voelt zich snel afgewezen. Gehechtheidsrepresentatie ouder als risicofactor. Lichaamstaal discongruent, afstandelijk of afwijzend.
KIND OUDERS(S)



Vragen? Bel (030) 233 03 40 (maandag t/m vrijdag 9.00 - 14.00 uur)