Stichting adoptievoorzieningen
Voorbereiding en nazorg op een lijn
Veelgestelde vragen
Contact English
Handen op globe

Case: Niet goed functioneren, eenzaamheid

Een geadopteerde puber (17). "Ik heb hulp nodig. Ik ben de greep op m'n leven en mezelf kwijt. Hoe dat zo komt weet ik niet. Maar ik verbreek steeds weer mijn relatie als een vriendje té dichtbij wil komen. Omdat ik me domweg niet kan concentreren loopt mijn studie vertraging op. Mijn contact met mijn adoptieouders is zwak gezegd ‘ moeizaam'. En om dit verhaal compleet te maken heeft mijn biologische moeder, die ik juist met veel moeite heb opgespoord, besloten dat ze ‘voorlopig geen contact wil'.
Niets wat belangrijk is lukt me eigenlijk. Ik voel me leeg maar reageer steeds bozer op alles en iedereen. Niet dat ik dat wil, maar die boosheid, die is er. Ik voel me eigenlijk zo waardeloos... dat doet 'n moeder toch niet .. zo voor de tweede keer laten merken ‘‘kind, in mijn leven is voor jou geen plek'. Met mijn adoptieouders zou ik wel 'n beter contact willen, maar ik heb geen idee hoé dat zou kunnen. Ze claimen me vaak zo. Dan voel ik me super verantwoordelijk voor hen maar tegelijk hangt die verantwoordelijkheid als een molensteen om mijn nek".

Als duidelijk is dat de adoptieouders óók graag beter contact willen, accepteert iedereen de bemiddeling van een contextueel werkende hulpverlener. Tijdens een eerste gezamenlijk gesprek vertellen de adoptieouders, voor het eerst na twintig jaar, aan een buitenstaander én aan hun dochter, hoe miskramen én het verlies van twee doodgeboren kindjes hen tot adoptie bracht. Verdriet komt voor hen onverwacht nu naar boven. Samen gaan ze naar het kerkhof en praten nu eindelijk over hun verlies met directe familie en goede vrienden. De adoptieouders staan nu ook beter open voor het verdriet van hun dochter. Die kan en durft nu te vertellen hoe het ‘afgesneden zijn en blijven' haar verdriet en pijn doet. Allen ervaren ruimte voor hun eigen verhaal waardoor ze de ander ook ruimte bieden. Ze hoeven zich niet meer ‘in te houden' uit zorg de ander teveel te belasten (heimelijke opschorting van rouw). De adoptieouders gaan mee naar de geboorteplek van hun dochter. Hun dochter bezoekt met hen de kindergrafjes op het kerkhof. Zij voelt zich eindelijk ‘gezien', de relatie met haar adoptieouders verbetert aanzienlijk. Contact met haar biologische moeder is minder 'nodig'. Het netwerk van de adoptieouders wint aan kwaliteit. Zij leunen emotioneel minder op hun ‘gevende' dochter. Dochter voelt weer energie, pakt haar leven en studie weer op.

Impact van de adoptie op de geschetste hulpvraag

Het feit van het afgestaan en geadopteerd zijn, speelt in verschillende levensfasen in wisselende mate een rol. Bij deze geadopteerde blokkeert het haar functioneren op diverse levensgebieden.
Contactweigering van haar biologische moeder activeert eerder verdriet om verlies van dit contact. Verlies bij afstand en adoptie is complex en moeilijk te hanteren. Er zijn in adoptiegezinnen veel verlieservaringen.
Het gevoel ‘niet gewenst te zijn' maakt kwetsbaar en heeft impact op identiteit, zelfbeeld, zelf vertrouwen.
Adoptieouders en -kind tonen zich vaak zeer ‘behoedzaam' ten opzichte van elkaar. Hierdoor het eigen verdriet om geleden verlies niet geuit wordt maar onderhuids blijft opspelen.

Relevante aspecten voor de hulpverlening

  • Het zichtbaar maken van verlieservaringen is belangrijk. Contextueel werken biedt daarbij een goede invalshoek: het stellen van niet-beoordelende vragen aan betrokkenen, ook over diens netwerk van familie en betekenisvolle anderen.
  • Vragen over geleden onrecht, over gevende zorg, over loyaliteiten en rouwgevoelens.
  • Erkenning krijgen voor geleden onrecht geeft ruimte om de ander ook erkenning te bieden
    Opruimen van blokkades maakt energie vrij voor de toekomst.


Vragen? Bel (030) 233 03 40 (maandag t/m vrijdag 9.00 - 14.00 uur)