Stichting adoptievoorzieningen
Voorbereiding en nazorg op een lijn
Veelgestelde vragen
Contact English
Handen op globe

Complexiteit verlies, verdriet en rouw

Verdriet en rouw zijn belangrijke onderwerpen als het gaat om hulpverlening aan adoptiegezinnen. Zowel het adoptiekind als de adoptieouders hebben belangrijke verlieservaringen te verwerken. Ouders spreken zelden met hun adoptiekind over hun verdriet, vooral niet als het om hun eigen ongewenste kinderloosheid gaat. Adoptiekinderen weten vaak niet waar hun verdrietige stemming mee te maken heeft. Zij reageren het af in lusteloos, boos of opstandig gedrag dat voor ouders niet eenduidig te verklaren is. Wie wél samenhang met het afgestaan zijn beseft, is zich vaak terughoudend om erover te praten met de adoptieouders.
Voor hulpverleners is het van belang om zicht te krijgen op de mate waarin verlies en rouw spelen en op de manier, waarop elk gezinslid zijn (onzichtbare) verlieservaringen hanteert en verwerkt. Het zichtbaar en bespreekbaar maken van geleden verlies geeft op zich al lucht en helpt mogelijke blokkades op te heffen.

Wat zijn de verlieservaringen in de adoptiedriehoek?

  • Adoptiekinderen verloren hun biologische ouders en familie, vertrouwde verzorgsters en speelmakkertjes uit het pleeggezin of kindertehuis, hun taal en cultuur, afstammingsinformatie en toegang tot genetisch relevante informatie.
  • De biologische ouders verloren hun ouderschap van en het contact met het kind, een onbevangen jeugd (wanneer ze nog jong waren), sociale contacten en sociale status (als ze geïsoleerd of verstoten worden); hun gevoel van eigenwaarde, hun lichamelijke integriteit (bij verkrachting of seksueel misbruik).
  • De adoptieouders verloren de hoop op een gezamenlijk biologische eigen kind; vaak een of meer kinderen (al dan niet) tijdens de zwangerschap; een gevoel van controle over hun lichaam, leven en eigen toekomst; de mogelijkheid de familiestamboom voort te zetten.

Iedereen ervaart en verwerkt verlies op eigen manier, afhankelijk van persoonlijke eigenschappen, de situatie, de mate van veiligheid en vertrouwen, steun en troost die aangeboden wordt of die men voor zichzelf kan organiseren.

Gecompliceerd door tweeslachtigheid

Het verlies door afstand en adoptie is vergeleken met bijvoorbeeld verlies door overlijden of echtscheiding vooral gecompliceerd door de tweeslachtigheid. Aan de ene kant is het een blijvend verlies zonder uitzicht op herstel van het contact. Aan de andere kant is er altijd de hoop dat hereniging ooit mogelijk zal zijn. Betrokkenen die verward raken tussen deze uitersten kunnen boos en verdrietig zijn zonder zich te realiseren waar die gevoelens mee samenhangen.

Aandachtspunten voor verliesverwerking bij het adoptiekind

  • Een adoptiekind dat gehecht was aan zijn biologische ouder, een pleegouder of vaste verzorgster, zal na aankomst in het adoptiegezin meer verlies ervaren om wat het achterliet, dan een adoptiekind dat tot dan niemand had om zich aan te hechten.
  • Ook kinderen uiten verdriet en rouw verschillend, afhankelijk van de mate van basisvertrouwen die ze verwierven, van temperament, karakter, leeftijd en van de wisselwerking met hun directe omgeving.
  • Adoptiekinderen hebben zelden de kans hun herinneringen aan de biologische familie te toetsen aan de werkelijkheid. Als de herinnering niet ‘geijkt' kan worden kan fantasie de overhand krijgen, in positieve én negatieve zin.
  • Groeiend besef van de impact van de adoptie betekent ook groeiend besef van de omvang van het verlies. Het besef ‘tot twee culturen, twee families te behoren' kan het verdrietige gevoel geven nergens écht bij te horen.
  • Rootsinteresse kan nieuwe verlieservaringen geven wanneer:
    • het geboorteland geen meewerking verleent bij het openen van dossiers (door verschil in visie),
    • duidelijk wordt dat er geen aanknopingspunten zijn,
    • blijkt dat de fantasie over de biologische familie niet klopt met de werkelijkheid,
    • de reden waarom men is afgestaan een andere is dan werd verteld,
    • een of beide biologische ouders al zijn overleden, waardoor vragen die men had willen stellen onbeantwoord zullen blijven.
  • Nieuw verlies na de adoptie, bijvoorbeeld het overlijden van een adoptieouder of echtscheiding, triggert de herinneringen aan emoties rond eerder geleden verliezen. De reacties kunnen zeer heftig zijn, omdat angst en onzekerheid fel oplaait. Dit kan zich uiten in slaap- en concentratieproblemen, in niet alleen kunnen zijn.

Aandachtspunten voor verliesverwerking bij de biologische ouders van het adoptiekind

  • Biologische ouders kunnen vaak niet openlijk verdrietig zijn, door het taboe rond afstand doen van het kind. Gevoelens van schuld, schaamte en van gemis kunnen niet worden geuit. Het opgelegde of zelfgekozen zwijgen maakt dat er niet gerouwd kan worden.
  • Als het kind dat men afstond contact zoekt, wedijveren tegenstrijdige gevoelens vaak om de boventoon. Verdriet, schaamte en angst om moeizaam bevochten innerlijke rust in de waagschaal te stellen kunnen dermate groot zijn dat zij contact blokkeren.

Aandachtspunten voor verliesverwerking bij de adoptieouders

  • Ervaren emoties over het lange medische traject van mislukte behandelingen rond de kinderwens. Onvruchtbare vrouwen hebben vaker hogere niveaus van angsten, spanningen, schuldgevoelens, woede en depressie. Degene die onvruchtbaar is kan zich schuldig voelen ten aanzien van de partner. Onvruchtbaarheid kan een taboe zijn in een adoptiegezin. Onvruchtbaarheid kan sociale isolatie geven wanneer de betrokkenen en hun sociale netwerk gevoelens niet goed weten te hanteren.
  • Verlies van een kind of van het idee van een biologisch eigen kind kan op onverwachte momenten in het leven weer actueel worden, bijvoorbeeld bij de komst van het adoptiekind, bij verliefdheid en zwangerschap van het adoptiekind en de geboorte van het kleinkind.
  • Het gemis van het nooit gekregen biologisch eigen kind kan weer opspelen wanneer het adoptiekind moeite heeft zich te hechten aan de adoptieouders of wanneer adoptieouders erg teleurgesteld zijn in het kind dat zij kregen. 

Wisselwerking tussen ouder en kind bij verliesverwerking en rouw

  • Een kind kan pas verdriet uiten en beginnen te rouwen als het zich basaal veilig weet bij de adoptieouders (zie schema bouwstenen hechting).
  • Om hun adoptiekind te kunnen steunen bij het uiten en verwerken van zijn verdriet zullen ouders moeten kunnen afstemmen op het kind. Goed afstemmen vereist kennis van verlies en van rouw bij kinderen, inzicht in wat hun kind emotioneel en cognitief wel/niet aan kan en communicatieve vaardigheden. Het vraagt ook van ouders dat zij als persoon stevig genoeg zijn om de boosheid of stilte van hun kind te verdragen. Het vraagt dat zij onderscheid maken tussen het gevoeld van het kind en hun eigen gevoel en dat zij zich gerechtigd voelen om zijn ouder te zijn.
  • Kinderen weten vaak precies wat hen helpt en wat niet, zonder dat zij zich dat direct bewust zijn. Belangrijk is het daarom dat ouders het kind ruimte geven en stimuleren om een eigen vorm te vinden om het verdriet te verwerken. Ouders kunnen het kind helpen zijn gevoelens te benoemen waardoor het ze kan gaan herkennen, want daartoe is het kind vaak niet in staat.
  • Doordat adoptieouderschap minder ‘vanzelfsprekend' ouderschap is, en doordat het adoptiekind eigen leefervaringen heeft die het niet deelt met de adoptieouders, is de kans op ruis in de ouder-kindrelatie groot. Onverwerkte verlieservaringen blijven vaak onder de oppervlakte, uiten zich indirect via hechting- , gedrag- of relatieproblemen. Het is vaak moeilijk uit te zoeken wát de kern is van probleemgedrag.
  • Verdriet om verlies kan verbaal worden geuit en gedragsmatig. Goed luisteren naar de indruk die de ouders van hun kind hebben maakt de representatie van de ouder helder. Onderzoek van het zelfbeeld van kind én ouders kan helder maken of sprake is van projectie bij de ouder of bij het kind. Onbewuste projecties spelen een rol in de communicatie en de relatie. Het adoptiekind kan zich bijvoorbeeld vijandig gedragen ten opzichte van de adoptiemoeder en zo zijn boosheid en onderliggend verdriet afreageren over het feit dat zijn biologische moeder hem in de steek liet. De moeder kan overbeschermend zijn voor haar adoptiekind en daarmee onbewust haar verdriet uiten om haar miskramen en haar angst om ook dit kind te verliezen.
    In alle gezinnen spelen dit soort projecties, maar in adoptiegezinnen wordt de ruis als het ware uitvergroot door de kwetsbaarheid van het niet-vanzelfsprekende ouderschap en de geleden verliezen.


Vragen? Bel (030) 233 03 40 (maandag t/m vrijdag 9.00 - 14.00 uur)