Zijn er speciale methodieken die gericht zijn op adoptie? Nee. Wél worden bestaande methodieken door adoptiedeskundige hulpverleners zo toegepast en verder ontwikkeld dat zij geschikt en effectief zijn gebleken bij hulpvragen rondom adoptie. Zowel op ondersteunend als op curatief niveau.
Hier vindt u een overzicht van enkele veel gebruikte hulpverleningsmethodieken bij adoptiespecifieke hulpverlening. Bij elke methodiek staat een korte toelichting én een link naar meer informatie.
De methode van video-interactiebegeleiding (VIB) wordt bij adoptie zowel preventief als curatief ingezet. Het vroegtijdige aanbod beoogt de periode van wennen en hechten aan elkaar zo goed mogelijk te laten verlopen en ondersteunt een goede communicatie tussen gezinsleden. Het VIB-aanbod bij de Stichting Adoptievoorzienigen is om meerdere redenen bijzonder. Het is specifiek ontwikkeld voor adoptieouders waarvan het kind maximaal drie jaar in het gezin is. Het vindt bij de gezinnen thuis plaats. En het kan in combinatie met Sherborne bewegingspedagogiek worden aangeboden. Beide methodieken versterken elkaar.
Overige aanbieders hanteren de VIB-methodiek ook curatief.
De Sherborne methode is een ‘doe-’methode, die het kind de gelegenheid geeft om, via gerichte en van oorsprong spontane lichaamsspelletjes, vroegkinderlijke ervaringen die gemist zijn alsnog te ervaren. Oorspronkelijk was deze methode gericht op kinderen die door een lichamelijke of verstandelijke beperking moeite hadden met het maken van contact en zich daardoor minder goed ontwikkelden. Nu wordt ze breder aangewend voor kinderen die een slechte start hadden, kinderen met hechtingsproblemen en/of kinderen met een ontwikkelingsachterstand.
De methode kan het zelfvertrouwen van een kind stimuleren. Wie zich thuis voelt in zijn lichaam heeft een stevige basis om tot een gezonde persoonlijkheid uit te groeien.
Babymassage helpt ouder en baby via prettige aanraking in contact te komen met hun gevoelens. Prettige aanraking helpt te ontspannen.
Adoptiekinderen zijn meestal geen baby meer bij aankomst, maar wat ouder. Ook zij kunnen baat hebben bij een aangepaste massagemethodiek. VSD-docenten hebben een bijscholing voor adoptiekinderen gehad. Hun massagemethodiek, afgestemd op het adoptiekind, helpt de ouders bij het aanbieden van een goede, voor het adoptiekind veilig voelende vorm van aanraking. Deze bewuste en positieve aanraking stimuleert de productie van het hormoon oxytocine. Dit ontspanninghormoon geeft een gevoel van geborgenheid, biedt bescherming en bevordert hechting tussen ouder en kind
Als het gevoel van eigenwaarde bij zowel adoptieouders als geadopteerden een punt van aandacht is, verdient haptonomie of haptotherapie als methodiek in overweging genomen te worden.
Haptotherapie is gebaseerd op de haptonomie, die zich bezighoudt met het ontdekken, ontwikkelen en verhelderen van het gevoelsleven. Bij haptonomie staat de wisselwerking centraal tussen gevoelsleven en houding, gebaren en bewegingen van mensen. Affectief contact als basis voor een goede emotionele ontwikkeling.
Haptotherapie wordt ingezet om mensen te helpen zich (weer) te openen voor hun gevoelsleven en dat van anderen. Het doel is de vanzelfsprekende bevestigende wisselwerking tussen de persoon en diens omgeving (weer) op gang brengen of versterken. Aandachtspunten daarbij zijn: het gevoel voor eigenwaarde, het belang van affectieve relaties, de gidsende kracht van gevoelens, het ontwikkelen van een authentieke open levenshouding.
Differentiatietherapie is een behandelmethodiek voor hechtingsgestoorde kinderen, waaronder adoptiekinderen. De veronderstelling bij differentiatietherapie is, dat kunnen differentiëren bij hechtingsgestoorde kinderen aan hechting voorafgaat. De behandeling is verdeeld in verschillende fasen waarin het differentiëren ontwikkeld wordt. Bij hechtingsgestoorde kinderen en jongeren is een combinatie van differentiatie-therapie en fasetherapie aan te bevelen
Differentiatietherapeuten zijn speltherapeuten die de opleiding differentiatietherapie hebben gevolgd. In de opleiding is aandacht voor adoptieaspecten.
Fasetherapie richt zich op relationeel gestoorde kinderen en jongeren. Bij fasetherapie staat nabijheid centraal. Het uitgangspunt is dat elke ontwikkelingsfase haar eigen nabijheidvorm heeft en dat het noodzakelijk is dat elke nabijheidvorm ervaren wordt. Een voorwaarde hierbij is begrenzing. Enkele keren per week wordt kort (10 minuten) de mogelijkheid geboden een nabijheidvorm te ervaren. Dit wordt in de therapiesessies voorbereid en begeleid, maar uitgevoerd door de adoptieouders of de verzorgers van het kind/de jongere.
Fasetherapeuten zijn psychotherapeuten die zowel de opleiding differentiatietherapie als fasetherapie hebben gevolgd. In de opleiding is aandacht voor adoptieaspecten.
Basistherapie als behandelingsmethodiek wordt aan relationeel gestoorde volwassenen aangeboden. Deze therapie richt zich niet op het ervaren van wat gemist is maar op de gevolgen van gehechtheidproblemen. Doelen zijn het aankunnen van intimiteit zoals die in een partnerrelatie en in vriendschapsrelaties voorkomt, het verwerken van trauma's en het opbouwen van een positief zelfbeeld. De ontwikkeling van het mentaliserende vermogen neemt in de behandeling een belangrijke plaats in.
Basistherapeuten zijn psychotherapeuten die de opleiding basistherapie hebben gevolgd, waarin ook aandacht voor adoptieaspecten.
Symbooldrama of dagdroomtherapie is een psychoanalytisch gefundeerde behandelingsmethode door middel van dagdromen. Bij de dagdroom die door de therapeut geïntroduceerd wordt, gaat het om het doorleven van beelden -symbolen- die vaak beladen zijn met gevoelens en betekenissen. Conflicten en trauma's kunnen opnieuw beleefd worden en de 'dromer' vindt toegang tot de bronnen van zijn eigen vitaliteit en creativiteit.
De therapeut helpt de cliënt verbanden leggen tussen de opgeroepen ervaring, de eigen geschiedenis en de actuele levenssituatie. De werking die van symbooldrama uitgaat, kan heel ingrijpend zijn. Daarom is het nodig dat een geschoolde symbooldramatherapeut het proces empathisch begeleidt en verdiept.
De methode wordt zowel bij volwassenen als bij jeugdigen en kinderen toegepast. Ook cliënten die weinig introspectieve vermogens hebben, zijn geschikt voor deze behandeling, evenals mensen met een sterke intellectuele afweer.
‘Context' in de contextuele hulpverlening accentueert de dynamische verbondenheid van een persoon met diens relaties, dwars door de generaties. De contextueel therapeut houdt voortdurend rekening met dit intergenerationele netwerk. Hij gaat op zoek naar de betrouwbaarheid en bereidheid tot zorg in de relaties. Door deze hulpbronnen aan te spreken en te activeren, helpt de contextuele hulpverlener of therapeut zijn cliënten een vrij, autonoom en verantwoordelijk persoon te worden.
Grondhouding van de contextuele hulpverlener is de meerzijdige partijdigheid: de therapeut is bekommerd om al diegenen die door de hulpverlening worden beïnvloed. Dat wil zeggen: ook de ouders en/of partner en/of kinderen van de cliënt. De therapeut is gericht op het doorbreken van isolement en het herstellen van de dialoog.
Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) is een therapie voor het verwerken van traumatische ervaringen. Van deze beschadigende ervaringen is bij adoptie regelmatig sprake.
Er kunnen psychische en lichamelijke klachten ontstaan door traumatische ervaringen. Als er aan bepaalde criteria wordt voldaan kan er sprake zijn van een 'post traumatische stressstoornis' (PTSS).
PTSS geldt als het primaire indicatiegebied voor EMDR. Daarnaast zijn er andere psychische aandoeningen en klachten te behandelen met EMDR. Uitgangspunt is telkens dat de klachten zijn ontstaan als gevolg van een of meer beschadigende ervaringen. Dit zijn gebeurtenissen die dusdanige sporen nalaten in het geheugen, dat de persoon er bij voortduring last van heeft.
EMDR wordt ingezet bij verwerkingsproblemen, complexe trauma's, fobieën, ervaren lichamelijk geweld, seksueel misbruik, plotseling verlies en andere schokkende, schaamtevolle of anderszins ingrijpende ervaringen.