De Staatscommissie voor het internationaal privaatrecht is in 1897 ingesteld om maatregelen voor te bereiden ter bevordering van de codificatie van het Internationaal Privaatrecht. Zij doet de Regering daartoe de nodige voorstellen en dient de Regering van advies omtrent onderwerpen van internationaal privaatrecht (ipr). Sinds 15 juli 1955 kreeg de Staatscommissie een internationale taak toebedeeld.
De Staatscommissie is aangewezen als het nationale orgaan in de zin van artikel 6 van het Statuut van de Haagse Conferentie. Zij is de Nederlandse instantie waarmee het Permanent Bureau van de Haagse Conferentie contact houdt. De werkzaamheden en inrichting van de Staatscommissie worden bepaald door de Wet van 14 februari 1998 op de Staatscommissie voor het internationaal privaatrecht (Stb. 1998, 208). Deze wet ziet uitsluitend op de nationale taak van de Staatscommissie.
Ook over wetten die betrekking hebben op interlandelijke adoptie geeft de Staatscommissie Internationaal Privaatrecht adviezen: