Stichting adoptievoorzieningen
Voorbereiding en nazorg op een lijn
Veelgestelde vragen
Contact English
Handen op globe

Wiebelen en friemelen in de klas

Wie kent ze niet? Het kind dat het liefst de hele dag zijn capuchon ophoudt, het kind dat zit te dagdromen of onhandig tegen iedereen en alles op botst? In dit boek wordt uitgelegd hoe we deze gedragingen door een zogenaamde ZiPbril (zintuiglijke prikkelverwerkingsbril) kunnen bekijken en daardoor anders kunnen duiden.

In het eerste deel wordt aan de hand van alledaagse voorbeelden uitgelegd hoe mensen zintuiglijke prikkels verwerken. Belangrijk in dit proces is welke prikkels worden doorgelaten en hoe ze worden beoordeeld, bijvoorbeeld als zeer belangrijk, nuttig of saai. De auteurs gebruiken als metafoor een portier. Die bepaalt welke gasten (prikkels) naar binnen mogen en zorgt ervoor dat het in het brein niet te leeg blijft of te vol wordt. Maar niet iedereen heeft een goed werkende portier. Sommige portiers zijn te streng en laten te weinig prikkels door en zorgen zo voor onderprikkeling van het brein. Andere portiers beoordelen bijna alle prikkels als erg belangrijk en interessant waardoor iemand overprikkeld raakt. De auteurs focussen in dit boek op de over- en onderprikkelde leerling en diens zelfregulerende gedrag. Een leerling die snel overprikkeld raakt, heeft baat bij kalmerende activiteiten terwijl een onderprikkelde leerling meer behoefte heeft aan een activerende activiteit. Zo kan gewiebel voor een onderprikkelde leerling heel helpend zijn om aandachtig te blijven en werkt stil zitten averechts. Hoe de leerkracht activerende en kalmerende strategieën kan inzetten, zowel klassikaal als individueel, staat beschreven in het tweede deel van het boek, dat zeer veel praktische aanwijzingen bevat.

Wij moesten in eerste instantie wennen aan de schrijfstijl. Er wordt veel herhaald en theorie wordt versimpeld weergegeven, wat tegelijkertijd het boek ook toegankelijker maakt. Maar de werkelijkheid lijkt ingewikkelder te zijn dan wordt voorgesteld: je kunt niet alle kinderen indelen in overprikkeld of onderprikkeld, wij zien veel mengvormen. Hier gaan de auteurs helaas niet echt op in. Daarnaast zijn wij benieuwd naar mogelijke oorzaken van over- en onderprikkelde breinen en zouden we graag willen weten welke invloed bijvoorbeeld onveilige gehechtheid of trauma heeft. Ook vragen wij ons af of een kind een minder over- of onderprikkeld brein kan krijgen door bijvoorbeeld neuro-feedbacktraining.

We vinden het zeer interessant om in het werken met (geadopteerde) kinderen naast een hechtings- of traumabril ook een ZiPbril op te kunnen zetten. Het kan een andere kijk geven op gedrag en helpen om vanuit beter begrip passend te reageren. Al met al vinden wij het boek een aanrader voor iedereen die met kinderen werkt.

Linde Dorenbos, student universitaire PABO en Corinne Verheule, orthopedagoog Stichting Adoptievoorzieningen, afdeling Nazorg

 

Wiebelen en friemelen in de klas
Over de invloed van zintuiglijke prikkelverwerking op leren

Monique Thoonsen en Carmen Lamp, 2015
Uitgeverij Pica, Huizen | www.uitgeverijpica.nl
ISBN 9789491806575



Vragen? Bel 030 233 03 40 (maandag t/m vrijdag 9.00 - 14.00 uur)