Stichting adoptievoorzieningen
Voorbereiding en nazorg op een lijn
Veelgestelde vragen
Contact English
Handen op globe

Openheid in de adoptiedriehoek


Praten over de biologische ouders, een rootsreis maken, skypen met de voormalige pleegouders: het is dagelijkse realiteit in adoptiegezinnen van vandaag de dag. Alle mogelijkheden brengen ook weer nieuwe dilemma’s en vragen met zich mee. Op de jaarlijkse kennismiddag voor adoptieprofessionals, die dit keer plaatsvond op 13 november 2015 in Utrecht, verkenden we met elkaar deze zaken om er als professionals van te leren en onze begeleiding op af te kunnen stemmen. Voor wie er niet bij kon zijn of er nog eens op terug wil kijken, is dit een impressie van de middag. 

Veel adoptieouders zijn bewust bezig met de achtergrond van hun adoptiekind; ze doen moeite om zoveel mogelijk extra informatie te bemachtigen in het land van herkomst, willen kijken in het tehuis waar hun kind verbleef en praten tijdens het opgroeien van hun kind openlijk over de oorsprong.

In de basisschoolleeftijd wordt steeds vaker een rootsreis gepland met als doel het kind kennis te laten maken met zijn land en cultuur. Misschien wordt ook het tehuis bezocht en is er een ontmoeting met  verzorgsters of pleegouders. Het idee daarachter is om zoveel mogelijk puzzelstukjes te achterhalen om het kind te helpen met het opbouwen van een eigen identiteit en een positief zelfbeeld.

Ook de zoektocht naar ouders wordt soms al in de basisschoolleeftijd ondernomen. Via oproepen op social media, kranten en lokale tv programma’s, is zelfs in landen als China het vinden van de familie van adoptiekinderen geen uitzondering meer. Het zijn echt andere tijden.

Van volwassen geadopteerden horen we regelmatig verhalen over hoe moeilijk het in hun jeugd was om nauwelijks ruimte te voelen voor hun vragen, verlangens en verwarrende gevoelens over hun roots, hun geboortefamilie, hun oorspronkelijke cultuur en hun gevoel van anders-zijn. In die tijd was het vooral belangrijk een adoptiekind zich thuis te laten voelen. Niet anders, maar gewoon. Veel liefde en aandacht, geen nadruk op de verschillen en de pijn.

Een beetje gechargeerd misschien, of op zijn minst generaliserend, want er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen en vele nuances, maar toch: is die ontstane openheid de nieuwe norm? Is dat altijd beter voor adoptiekinderen, ouders, adoptieouders, of zijn er ook voorwaarden? Want opgeduikelde, nieuwe informatie hoeft niet leuk te zijn, misschien voelt iemand geen klik maar juist extra leegte na een ontmoeting, of is de confrontatie met gevoelens van schuld, schaamte of jaloezie te groot om te dragen. En wat als de zoektocht niks oplevert? Hoe oud en wijs moet je zijn om hier mee om te kunnen gaan?

Hoe gaan professionals om met de veranderende tijdsgeest? Hoe kunnen we geadopteerden en hun gezinnen helpen bewuste keuzes te maken, en hoe kunnen we van alle betrokken partijen leren?

Wetenschappelijk kader

Harriet Vermeer presenteert in samenwerking met Femmie Juffer onderzoek dat recentelijk is uitgevoerd aan de Universiteit van Leiden. Uit dit onderzoek onder gezinnen met Chinese en Indiase geadopteerde kinderen in de schoolleeftijd (4-16 jaar), blijkt o.a. dat er een verband is tussen het hebben van een goede band met de adoptie-moeder en openheid over en interesse in het land van herkomst. Wat opvalt is dat een vrij hoog percentage van de kinderen (vooral meisjes) zich wel eens uitlaat over het willen hebben van een ander uiterlijk (huidskleur).


De Leidse onderzoeksgroep zou graag de groep geadopteerden nog verder volgen in hun ontwikkeling en hen zelf laten reflecteren over deze onderwerpen; ze hopen de middelen te vinden voor vervolgonderzoek. De selectie van resultaten die Vermeer op deze middag presenteert vormt een opstapje naar het onderwerp van deze bijeenkomst. De volledige onderzoeksresultaten van deze studie zullen waarschijnlijk in 2016 gepubliceerd worden.

Hoe ervaren de bij adoptie betrokken partijen zelf de toegenomen openheid, of hoe kijken ze terug op hun ervaringen van toen het nog anders was? De onderstaande teksten zijn een weergave van de vier live interviews die tijdens de Kennismiddag plaatsvonden.

Ervaringsverhalen

Nathalie is moeder van drie kinderen. Haar jongste dochter Jin is door haar en haar man geadopteerd uit China toen ze tweeëneenhalf jaar oud was. Inmiddels is ze elf jaar. Vanaf het begin van de adoptieprocedure is Nathalie zich er bewust van geweest dat haar dochter haar oorsprong in China heeft en dat er in China een familie  is die bij haar dochter hoort. Voor Nathalie stond het onomstotelijk vast dat haar dochter er recht op had om haar achtergrond en haar identiteit te leren kennen. Direct na het voorstel is ze daarom gestart met het achterhalen van gegevens zodat deze niet verloren zouden gaan, uiteindelijk heeft dit tot het vinden van de geboorteouders en een zus en broertje geleid.
Zowel de eerste ontmoeting, anderhalf jaar na de adoptie, als alle keren dat ze weer afscheid van elkaar moeten nemen na het inmiddels jaarlijkse verblijf bij de familie in China, zijn emotionele ervaringen. De families leren elkaar steeds een beetje beter kennen, ondanks dat ze elkaars taal niet spreken. Jin’s moeder maakt tijdens de bezoeken dankbaar gebruik van de ruimte die haar door Nathalie wordt geboden om met haar dochter samen te zijn. Zo is het dagelijkse  badritueel, een intiem moment tussen moeder en dochter. Daar zijn geen woorden voor nodig. Inmiddels is Jin voor dit ritueel een beetje te groot aan het worden, maar in elke leeftijdsfase zijn er nieuwe momenten waarop de band met haar familie wordt verdiept. Jin geeft het tempo aan en dit wordt door zowel haar biologische vader en moeder als door haar adoptieouders gerespecteerd. 

Op de door Nathalie meegebrachte slideshow zien we haar dochter achterop de brommer bij haar Chinese familie. “Zoals het had moeten zijn”, ondertitelt ze de foto. Maar Jin woont in Nederland, bij hen. Dus reizen ze elk jaar naar China en onderhouden ze in de tussenliggende periode steeds contact. Dat voelt voor Nathalie als een kans haar dochter te verbinden met haar roots en een belangrijk stuk terug te geven van wat ze is kwijt geraakt.

Steves is vijftien jaar oud en is op tweejarige leeftijd geadopteerd. Hij heeft geen bewuste herinneringen aan zijn geboorteland Haïti. Hij heeft wel een foto van zijn ouders en een map met allemaal Haïti-spullen. Zijn voorgeschiedenis, zijn land en zijn familie waren regelmatig onderwerp van gesprek toen hij jong was. Hij had soms ook dromen over zijn moeder, dat hij niet bij haar kon komen. Dan werd hij huilend wakker en troostte zijn adoptieouders hem totdat hij weer in slaap viel. De oudere zus van Steves is ook geadopteerd uit Haïti, en hij heeft ook wel wat geadopteerde vrienden. Voor hem is het geen beladen of moeilijk onderwerp, hij vertelt er makkelijk over.

Tijdens het voetbaltoernooi WK adoptiekids ontmoet hij een groep geadopteerde Haïtiaanse leeftijdsgenoten. Later wordt deze groep met elkaar bevriend op Instagram. Een van de jongens heeft nog veel contacten op Haïti. Op een nacht krijgt hij van die vriend het bericht dat Steves’ moeder hem zoekt. “Geef mijn nummer maar”, zegt Steves meteen…en al snel krijgt hij per app een bericht van zijn moeder! Steves spreekt geen Frans, maar zijn adoptiemoeder kan hem helpen. Steves is verrast dat zijn moeder hem gezocht en gevonden heeft. Ze laat weten dat ze hem destijds niet kon verzorgen. Ze heeft hem altijd gezocht. Steves vindt dat heel zielig voor haar. Hij heeft een boek voor haar gemaakt, met foto’s van hoe hij opgroeide, om die verloren jaren een beetje goed te maken. Hij is erg blij dat zijn ouders hier in Nederland hem niet het gevoel geven dat hij moet kiezen, zijn moeder hoort er voor hen gewoon bij en dat vindt hij fijn. Op een dag zal hij naar Haïti gaan om zijn familie te ontmoeten, van zijn vaders kant schijnen er nog veel broers en zussen te zijn. Voorlopig blijft hij gewoon af en toe app-en.

Cecilia raakt eind jaren 60 zwanger, terwijl ze ongetrouwd is. De schande in de familie is zo groot, dat er geen ruimte is voor verschillende scenario’s, waarin zij zelf een stem heeft. Er wordt voor haar bepaald dat er maar één oplossing mogelijk is: ze wordt in het geheim naar het buitenland gestuurd en moet na de bevalling haar dochtertje afstaan. Ze mag haar wel zelf een naam geven en inmiddels weet ze dat ze altijd zo is blijven heten. Dit zegt Cecilia met een warme glimlach naar haar dochter, die vandaag in de zaal op de eerste rij zit. Een half mensenleven ging voorbij voordat moeder en dochter elkaar weer vonden, maar toen werd erover gezwegen. Zelfs binnen Cecilia’s gezin was het destijds een geheim. Noodgedwongen stopt Cecilia al haar gevoelens heel diep weg, ze trouwt en krijgt twee zonen. Met haar man blijkt het onderwerp ook niet bespreekbaar, dus gaat het deksel er weer op.

Pas nadat Cecilia weduwe is geworden, komt haar gevoel naar boven en kan de verwerking beginnen. In therapie, bij de Fiom en in gespreksgroepen met andere afstandsmoeders (“zoals dat toen genoemd werd”, zegt Cecilia) komt ook het verlangen naar boven om haar dochter te zoeken. Gelukkig blijkt die behoefte wederzijds en is er stap voor stap een fijn contact gegroeid. Ze hebben weer een plek in elkaars leven en Cecilia geniet nu niet alleen van de relatie met haar dochter, maar ook van die met de kinderen van haar dochter. Zij wordt nu de bonus-oma genoemd, vertelt ze trots. 

Hartini wordt als vier maanden oude baby uit Indonesië geadopteerd door een Nederlands echtpaar dat al een dochter van vier jaar oud heeft. Het is een fijn en warm gezin. Er is weinig bekend over haar voorgeschiedenis of familie in Indonesië, maar ze heeft er ook weinig vragen over in die tijd. Ze lijkt qua uiterlijk niet op haar Nederlandse zus of haar ouders, maar dat lijkt er niet veel toe te doen.

Maar toch: als Hartini als heel klein meisje Aziatische kinderen op t.v. viool ziet spelen weet ze direct dat zij dat ook wil. De muziek heeft haar sindsdien een uitlaatklep voor haar gevoelens geboden. Als Hartini veertien jaar is komt haar vader, met wie ze erg close is, heel plotseling te overlijden. Een hele moeilijke periode breekt aan, waarin Hartini met verschillende hulpverleners te maken krijgt. Met haar moeder heeft Hartini een heel andere band dan met haar vader. Haar moeder is zelf al lange tijd ziek en richt zich ter compensatie van alle verliezen in Hartini’s leven volledig op haar geadopteerde dochter. Hartini kan daar niet goed mee overweg, het botst erg tussen hen. Haar zus, die de aandacht van haar moeder naar Hartini ziet gaan, trekt zich terug naar de achtergrond.

Als Hartini besluit om een jaar in Indonesië te gaan wonen, blijkt haar adoptiemoeder opnieuw ziek te zijn, ditmaal ongeneeslijk. Ze besluiten daarom, ondanks alle moeilijkheden, de eerste drie weken samen te gaan. Het is hard werken, maar ook bijzonder. Haar moeder laat haar allemaal plekken in Indonesië zien, en dat doet beiden goed. Hartini voelt zich met het land, de geuren en de klanken verbonden, maar de pogingen om haar biologische familie te vinden stranden. Ze gaat na een half jaar terug naar Nederland, maar voelt zich daar ook niet thuis en vertrekt weer.

In Indonesië kan ze haar moeder niet vinden, terwijl de moeder die ze wel heeft, ongeneeslijk ziek is in Nederland. Een pijnlijk dilemma.

Twee jaar geleden is haar adoptiemoeder overleden en in de tussentijd heeft Hartini hard gewerkt om alle verlies  en gemis in haar leven een plek te geven. Familieopstellingen en lichaamswerk hebben haar geholpen om verbinding met zichzelf te gaan voelen. De enorme betrokkenheid van haar moeder na het overlijden van haar vader voelde destijds als verstikkend, maar de goede bedoeling daarachter wordt haar met terugwerkende kracht duidelijk. Gesprekken met haar tante en haar zus hebben haar ook geholpen om dingen in een milder perspectief te plaatsen. Met haar zus heeft ze nu een hele goede band, ze hebben ondanks de verschillende genen toch ook veel met elkaar gemeen.


Deze vier bijzondere, persoonlijke verhalen maken indruk op de zaal, het illustreert de impact van afstand en adoptie in al zijn facetten. Toen, maar ook nu….


Vertaalslag naar de praktijk

Jan de Vries is GZ psycholoog bij ZO! (Zorgoplossingen)  in Leeuwarden en werkt al jarenlang met adoptiekinderen en -gezinnen. Als kader voor zijn verhaal begint hij met de stelling dat adoptie ‘an sich’ geen pathologie is, geen behandeling behoeft. Als adoptiekinderen of gezinnen in begeleiding komen voor een probleem is het echter belangrijk de adoptie-achtergrond wel mee te laten wegen, omdat het probleem daar vaak wel door gekleurd of beïnvloed wordt.

De Vries vraagt tijdens het begin van de lezing om interactie, en interactie komt er! Er ontstaat discussie over of afstand en adoptie per definitie een trauma genoemd wordt, of een stressfull life-event. De meningen hierover verschillen. Terug naar het eigenlijke onderwerp van de lezing: Jan de Vries stelt dat geadopteerden het recht hebben om te kijken waar ze vandaan komen, maar ook het recht om niet te willen kijken, zelfs als het met social media en snelle communicatiemiddelen steeds meer voor de hand komt te liggen om te zoeken of gevonden te worden. Bovendien kunnen gedachten van geadopteerden hierover in de tijd veranderen, en ook dat moet mogen. Het kan adoptieouders onzeker maken dat de geboorteouders in deze tijd  (global village) letterlijk veel dichterbij komen. Als dat betekent dat ze hun positie als ouders niet durven in te nemen, kan dat voor adoptiekinderen ook nadelig werken. Ze hebben immers wel stevige, veilige volwassenen nodig. Hulpverleners zouden hier alert op moeten zijn, aldus de Vries, en er daarbij rekening mee te houden dat adoptieouders al veel moeten opvangen en reguleren. Ook benoemt de Vries dat het zoeken en vinden van de geboortefamilie onomkeerbaar is, de verwachtingen over het vervolg van een ontmoeting kunnen heel verschillend zijn of weer veranderen. Dit geldt voor alle betrokkenen.

Tot slot illustreert hij zijn verhaal met een aantal uitspraken van geadopteerden en adoptieouders  uit zijn praktijk, die  ook weer benadrukken hoe veel verschillende aspecten er bij dit thema komen kijken.


Tips voor professionals

Hoewel er op deze middag geen tijd rest om gezamenlijke slotconclusies te trekken uit alle presentaties en persoonlijke verhalen, is wel gebleken dat het een complex onderwerp is, vol diversiteit, controverses en gevoeligheden.

In alle verhalen klinkt door dat het eigenlijk steeds gaat over het zoeken naar een goede balans tussen openheid creëren, zonder die op te dringen. Voor hulpverleners lijkt het van belang ons bewust te zijn van alle verschillende, en soms veranderende  perspectieven, zodat we goed luisteren en ons inleven in alle betrokkenen. Systemisch kijken lijkt een voorwaarde om als hulpverlener goed te kunnen laveren in de wirwar van met elkaar samenhangende gevoelens, loyaliteiten en verbintenissen bij adoptie. Bovendien illustreren de verhalen van deze middag dat het (niet) zoeken en vinden (van elkaar en/of jezelf) een bewegend en levenslang proces is.

In de professionele begeleiding voorafgaand aan, of rondom het zoeken of ontmoeten van de geboortefamilie, kan het goed zijn om met de cliënt (adoptieouder, -kind, jongere of volwassen geadopteerde) zicht te krijgen op de onderliggende motivatie om bijvoorbeeld te willen zoeken, of juist niet, zodat  ieders verwachtingen helder worden.  Is er voldoende basis voor het verwerken van eventuele teleurstellingen? Is er sociaal netwerk, is er voldoende veilige band met de ouders om het kind te kunnen opvangen, troosten of steunen? Is de jongere al toegekomen aan rouwverwerking, of moet een ontmoeting alles oplossen? Kunnen adoptieouders zich inleven in hun adoptiekind en de biologische ouders en hun cultuur? Kunnen ouders reflecteren op zichzelf en hun eigen emoties scheiden van die van hun kind?

Allemaal zaken waar we als hulpverleners naar kunnen vragen, waar we zicht op kunnen proberen te krijgen, wat we ter overweging mee kunnen geven, of wat we kunnen adviseren… maar wat telt is dat elk kind, elke jongere, elke volwassene het op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo mag doen.

Samenvatting: Chris Thie / Stichting Adoptievoorzieningen

Aanvullend: link naar interessant artikel uit NRC 27 nov 2015: een tweeling met 10.000 kilometer ertussen



Vragen? Bel 030 233 03 40 (maandag t/m vrijdag 9.00 - 14.00 uur)